Op een gedimd licht in de kantine na is de Klamp nog helemaal donker, als ik om zeven uur de sporthal binnenstap; op de kantinebaas na ben ik de eerste. De eerste Asonia-man, die de velden nog moet opbouwen, komt echter vlak achter me aan en dan gaan alle lichten aan. Even later volgt de rest van m’n team, zelfs Anco, die te laat zou zijn voor de eerste set - maar dan houdt hij toch woord, want hij moet weer terug met een op-en-neertje om z’n sportschoenen op te halen. (We hebben gelukkig een wissel deze keer.)
Ondertussen beginnen we alvast tegen Asonia, dat zich in de bovenste regionen van de competitie heeft genesteld, zodat we onze kansen op enig succes niet er hoog hebben ingeschat. We gaan echter verrassend goed van start, een stuk relaxter dan vorige week. Het is alleen jammer dat we halverwege de set weer even weggeserveerd worden, maar voor de rest zijn we eigelijk wel lekker bezig.
In de tweede set gaat het zelfs alleen maar beter en we blijven de Andijkers zelfs voor, waardoor ze allebei de time outs (uitbundig gejuich bij ons) moeten benutten in de achtervolging. Aan het eind laten we ze - op 25-25 - toch nog langszij komen - maar het kan nog, kom op! Ai… hadden we daar bijna onze vijfde set van het seizoen gewonnen. Bijna. Tomme. Jammer.
We hebben tegen een topper toch 25 punten gescoord in één set en dat voelt als een morele overwinning. We gaan daarom met goed gemoed door, maar Asonia weet de gaten weer te vinden met goed geplaatste balletjes en keiharde smashes. We kunnen de prestatie van de tweede set niet meer verbeteren of evenaren, maar er is nu toch dag en nacht verschil met ons spel van vorige week (toen hadden we met dit niveau zeker een set gepakt en misschien wel de wedstrijd, maar ja, zo is ‘t).
De set ups veilen ook best mee, voorover, achterover, noem maar op. Eén keer een tweede balletje rechtstreeks geprobeerd, geen succes; een tweede balletje onderhands achterover over m’n hoofd ging gewoon uit, maar ik moest wat. (Ik had ‘m ook rustig het veld in kunnen spelen, waar nog vijf mensen stonden om ‘m over het net te spelen, weet ik wel, maar ja, heb ik niet gedaan - split second decision en zo…)
Alweer met 4-0 verloren (wel weer elke set in de dubbele cijfers en dat is momenteel een doelstelling op zich voor ons), maar we hebben goed gespeeld, vinden we zelf en daar gaat het toch maar om. “Meedoen is belangrijker dan winnen”, zou nog steeds de Olympische Gedachte moeten zijn. De Olympiers van tegenwoordig denken alleen nog maar aan goud, goud, goud, maar voor ons geldt deze Gedachte zeker, anders hadden we onszelf allang opgeheven. (Iedereen heeft gewonnen, volgens de Dodo.)
Het licht brandt helder. We genieten in de kantine met z’n allen nog na van onze bijna setoverwinning…